Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?

Stand van zaken Omgevingswet: planning

Sector Nieuws Sector Nieuws26-3-2018

Op 8 maart jl. stuurde minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een brief aan de Tweede Kamer over de voortgang van Omgevingswet.

De Omgevingswet
Met de Omgevingswet worden 26 wetten (waaronder de Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingswet) in één wet geïntegreerd, met als doel om de wetgeving te vereenvoudigen, meer flexibiliteit aan te brengen en besluitvorming te verbeteren. Gelet op de betrokken wetgeving is de Omgevingswet dan ook van groot belang voor de juridische spelregels bij agrarische bedrijfsontwikkeling.

Drie sporen
De stelselherziening van het omgevingsrecht bestaat uit drie sporen:

  1. In het hoofdspoor wordt het nieuwe wetgevingsstelsel gebouwd: de inmiddels aangenomen Omgevingswet, met bijbehorende uitvoeringsregelgeving (vier AMvB’s en een regeling).
  2. De overgang van het bestaande naar het nieuwe wetgevingsstelsel wordt geregeld via het invoeringsspoor: dit omvat de Invoeringswet met onderliggende invoeringsregelgeving.
  3. Via de aanvullingssporen worden beleidsontwikkelingen en een aantal lopende wetgevingsproducten opgenomen in de Omgevingswet. De bedoeling is dat de wetgevingsproducten uit de aanvullingssporen bij inwerkingtreding integraal onderdeel vormen van de omgevingswetgeving. Zodat er bij de inwerkingtreding één wet, vier AMvB’s en één regeling zijn.

Planning: inwerkingtreding op 1 januari 2021
De omgevingswet zal op basis van de huidige planning op 1 januari 2021 in werking treden, zo blijkt uit onderstaande figuur (klik op afbeelding voor grotere weergave).

Stelselherziening omgevingswet
Planning stelselherziening omgevingswet. Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrijksrelaties.