Waar ben je naar op zoek?

Kansen voor nieuwe, herwonnen meststromen

Advies van onze specialist Advies van onze specialist16-10-2023

Nieuwe, herwonnen meststromen zijn vergiste mest (digestaat), dikke en dunne fractie en spuiwater. We noemen dit herwonnen meststromen, omdat ze een afgeleide zijn van de standaard drijfmest en geproduceerd worden door innovatieve stalsystemen op het gebied van mestbewerking en/of -vergisting. 

In dit artikel vertellen we meer over de eigenschappen en toepassingen van nieuwe, herwonnen meststromen en leest u over het opwaarderen van mest en de ervaring van melkveehouders die al werken met mestbewerking en/of -vergisting. 

Over welke nieuwe, herwonnen meststromen hebben we het?

  • De basisstroom op het melkveebedrijf is en blijft drijfmest. Deze kan uitgereden worden over het land, vergist worden in een biogasinstallatie of worden gescheiden in een dikke en dunne fractie.
  • Bij mestvergisting wordt een deel van de organische stof in de mest onder anaerobe (zuurstofloze) omstandigheden afgebroken. Het resultaat is de productie van biogas, wat een mengsel is van het brandbare methaan (55% tot 60%) en koolstofdioxide (CO2). Dit biogas is in te zetten als groene energie voor het eigen veehouderijbedrijf en af te zetten aan derden. Het eindproduct van vergiste mest heet digestaat en kan worden uitgereden over het land of worden gescheiden in een dikke en een dunne fractie.
  • Digestaat kan met behulp van een mestscheider of een mestrobot gescheiden worden. Hierbij wordt de dikke fractie van de dunne fractie gescheiden.
  • De stikstofconcentratie van de dunne fractie kan met behulp van een stikstofstripper worden verhoogd. De stikstof wordt teruggewonnen in een vloeibare anorganische meststof zoals ammoniumsulfaat (ASL) of ammoniumnitraat (AN). Beter bekend als spuiwater, een hoogwaardige kunstmestvervanger.

Afbeelding: JOZ stikstofkraker (in line)

Eigenschappen en toepassing van herwonnen meststromen

  • Digestaat, vergiste mest, heeft een andere stikstofsamenstelling dan drijfmest. Digestaat bevat meer ammoniumstikstof waardoor ook de werkingscoëfficiënt hoger is. Het stikstof is sneller beschikbaar voor het gewas. In de praktijk kan hierdoor in het voorjaar 15% tot 20% op kunstmest worden bespaard.
    Let wel: Tijdens de vergisting is de organische stof deels afgebroken. Je brengt met digestaat dus minder organische stof naar het land dan met drijfmest.
     
  • Na mestscheiding gaan de fosfaten voor het grootste deel naar de dikke fractie - werkingscoëfficiënt 45% - die met gemiddeld 74 kilogram per kuub ook duidelijk meer effectieve organische stof bevat. De beduidend hogere gehaltes aan fosfaat en organische stof maken de dikke fractie uitermate geschikt voor aanwending op maisland. De organisch gebonden stikstof in deze dikke fractie komt langzaam vrij en is hiermee niet gevoelig voor uitspoeling.
     
  • De ammoniakale stikstof en kalium zijn na mestscheiding grotendeels terug te vinden in de dunne fractie. Het is een relatief snelwerkende stikstof wat je goed kan toepassen als voorjaarsmeststof op bijvoorbeeld grasland. Ammoniumstikstof is gevoelig voor vervluchtiging, daarom adviseren wij het emissiearm aan te wenden.

    Het scheidingsrendement verschilt per type mestscheider, de samenstelling van de dunne (en dikke) fractie kan hierdoor variëren. Neem daarom altijd een mestmonster en laat deze analyseren op de stikstofsamenstelling.
     
  • Een stikstofstripper kan twee soorten spuiwater opleveren. De meest bekende is spuiwater op basis van zwavelzuur met ammonium, beter bekend als ammoniumsulfaat (ASL). Dit spuiwater bevat gemiddeld 7,5% stikstof, maar ook heel veel zwavel. Omwille van dit hoge zwavelgehalte is het advies om op grasland maximaal 400 liter ASL per hectare in een seizoen toe te dienen en deze gift te verdelen over de eerste én de tweede snede.
     
  • Een tweede type spuiwater is ammoniumnitraat (AN), dit is spuiwater op basis van salpeterzuur en ammonium. Hier zit gemiddeld zo’n 15% stikstof in, waarvan de helft afkomstig uit salpeterzuur. Dit is wel stikstof die je aanvoert naar je bedrijf en ook als zodanig in je mestboekhouding komt te staan. AN is vergelijkbaar met KAS: 50% ammonium en 50% nitraat. Met het oog op uitspoelingsgevoeligheid is dit vooral een prima zomermeststof.
     

Let op: Spuiwater is op dit moment wettelijk niet toegelaten als kunstmeststof. Het telt dus mee als dierlijke mest.
De ASL wordt nu overwegend naar Duitsland geëxporteerd omdat het daar als kunstmest wordt gezien, terwijl het volgens de Nederlandse wetgeving de status van dierlijke mest heeft. Als de wetgeving op Europees niveau gaat veranderen, kunnen de kansen voor regionale afzet van ASL in Nederland toenemen.

Wat bedoelen we met het opwaarderen van mest

Meestal wordt bij het opwaarderen van dierlijke mest spuiwater (kunstmestvervanger) geproduceerd. Door het vervallen van de derogatie moet een melkveebedrijf tussen de 15 en 20 kuub mest per hectare meer afvoeren. Om dit verlies te compenseren zal een melkveehouder tussen de 25 en 35 kilogram stikstof uit kunstmest extra aanvoeren, terwijl je van de dunne fractie met behulp van een stikstofstripper zelf ook prima kunstmest kunt maken, in de vorm van spuiwater.

Dit noemen we renure en zal een grote bijdrage kunnen leveren aan het verder sluiten van de kringloop op een melkveebedrijf, mits renure in de wetgeving wordt opgenomen.

Afbeelding: biogasinstallatie

Ervaring van melkveehouders

Melkveehouders die er al mee werken, vertellen dat ze dankzij het scheiden en bewerken van de mest minder dierlijke mest hoeven af te voeren en minder verliezen hebben. Ook kunnen ze tot soms wel 35% op een kunstmestaankoop besparen, indien Brussel goedkeuring geeft om nieuwe meststromen aan te mogen wenden als kunstmest (renure).

Als bijvoorbeeld de stikstof uit de bewerkte dunne (urine)fractie wordt gezien als kunstmest en mag worden ingeboekt in de kunstmestgebruiksruimte, scheelt dat enorm in de mestafzet en kunstmestaankoop. Er is veel beweging op dat front en het lijkt een kwestie van tijd dat dit gaat gebeuren. Daarom zet FarmConsult nu al in op meer bewustwording over hoe u nieuwe meststromen slim inpast in uw bemestingsplannen.

Meer weten?

Heeft u nog vragen over de productie en inzet van herwonnen meststoffen? Neem dan contact op met onze mestwetspecialisten via T: 088 024 81 35 of mail naar mestwetgeving@forfarmers.eu.

Bent u klant van ForFarmers? En wilt u een bijdrage leveren aan de verlaging van emissies op uw bedrijf door aan de slag te gaan met mestbewerking en/of -vergisting? Dan kunt u rekenen op ondersteuning en advisering door FarmConsult tegen sterk gereduceerd tarief via het ForFarmers Innovatiefonds Mestverwaarding.