Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.
Waar ben je naar op zoek?

Adviezen stikstofcommissie veehouderij

26-9-2019

Het Adviescollege Stikstofproblematiek (Commissie Remkes) heeft op 25 september 2019 het adviesrapport ‘Niet alles kan’ aangeboden aan Minister Carola Schouten. Hierin geeft het Adviescollege aanbevelingen aan de Minister onder welke voorwaarden op korte termijn toestemming kan worden verleend aan activiteiten die stikstofuitstoot veroorzaken. Het rapport geeft een richting aan, maar formuleert nog geen concreet beleid. We zetten de belangrijkste adviezen voor u op een rij.

Adviescommissie stikstof
1

Advies maatregelen veehouderij: geen generieke krimp, maar gebiedsspecifieke maatregelen

Het Adviescollege vindt dat alle economische sectoren die stikstofuitstoot kennen, een bijdrage dienen te leveren aan maatregelen voor emissiereductie. De belangrijkste adviezen voor de veehouderij, zijn de volgende:

  • Geen algemene inkrimping van de veehouderij, maar een selectieve en gebiedsspecifieke vermindering van ammoniakemissie door een warme sanering van veehouderijen met een relatief hoge emissie of verouderde stalsystemen dicht bij Natura 2000-gebieden.
  • Versnel de inzet van emissiereducerende technieken en praktijken door eerder experimenten toe te staan.
  • De provincies zijn verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte aanpak en het creëren van ruimte voor innovatieve technieken.
  • Leg de al toegezegde vermindering van de emissie door de veehouderij in het kader van het PAS dwingend (met een tijdpad) vast.
  • Voer het tempo op van de inzet van de best beschikbare technieken in de veehouderij via algemene regelgeving met een duidelijk tijdpad, zodat versneld sprake is van een verdergaande emissiereductie.
2

Advies vrijkomende ruimte: afroming is noodzakelijk

Daarnaast adviseert het Adviescollege over de benutting van vrijkomende ruimte. Voor de veehouderij zijn de volgende adviezen relevant:

  • Trek een bestaande vergunning alleen in, als dit de énige passende maatregel is om verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden te voorkomen.
  • Afroming van niet-benutte (latente) vergunningruimte is wenselijk en denkbaar om nieuwe uitstoot te voorkomen.
  • Benut de gerealiseerde emissieafname slechts deels voor het oplossen van knelpunten voor activiteiten en het bieden van ruimte voor ontwikkelingen. Om de emissie structureel terug te dringen, is in alle gevallen afroming van de gerealiseerde afname noodzakelijk.
  • Benut de gerealiseerde emissieafname die wel ingezet kan worden allereerst voor activiteiten die onder het PAS vrijgesteld waren, maar nu alsnog vergunningplichtig zijn geworden. Latente ruimte dient hiervoor echter niet benut te worden. 
  • Intern en extern salderen is onder voorwaarden mogelijk, echter wel na afroming. Latente ruimte dient hierbij als eerste afgeroomd te worden. Het Rijk dient de voorwaarden voor saldering te bepalen.
3

Risico van afromen niet-benutte stikstofruimte

Het Adviescollege acht het wenselijk en denkbaar om niet-benutte (latente) ruimte in een bestaande natuurvergunning af te romen. Hiermee wordt een stijging van de depositie ten opzichte van de bestaande, feitelijke situatie voorkomen. In PAS-vergunningen is hiervoor een voorschrift opgenomen, waarbij niet-benutte ruimte na twee jaar kan worden ingetrokken. Hierop wijst het Adviescollege ook en zij beveelt aan om te bekijken of alsnog van deze mogelijkheid gebruik gemaakt kan worden. 
Ook bij het alsnog vergunnen van vrijgestelde activiteiten adviseert het Adviescollege te kijken naar de mogelijkheid om latente ruimte af te romen. Hiermee lopen veehouders het risico dat verleende vergunningen of ingediende PAS-meldingen of PAS-berekeningen voor nog niet gebouwde stallen of niet gehouden dieren komen te vervallen. 

Bij vergunningen die vóór het PAS zijn verleend, geldt deze tweejaarstermijn niet. Het advies van het Adviescollege is echter om ook hier te onderzoeken of latente ruimte terug kan worden genomen.

4

Advies beweiden en bemesten: voorlopig gedogen

Weidegang is onlosmakelijk verbonden met het houden van dieren, zodat beide activiteiten in samenhang moeten worden beoordeeld en vergund. Bemesten hangt niet onlosmakelijk samen met de bedrijfsvoering. De mest kan volgens de Raad van State immers worden afgevoerd. 
Het Adviescollege stelt voor om zowel het beweiden als het bemesten zonder vergunning voorlopig te gedogen, omdat nog onduidelijk is hoe omgegaan moet worden met het verlenen van de benodigde vergunning.

5

Advies intern en extern salderen: op korte termijn beleid vaststellen

Om te voorkomen dat interne saldering leidt tot een toename van uitstoot door het benutten van latente ruimte, adviseert het Adviescollege om aanvullende eisen met betrekking tot afroming van latente ruimte vast te leggen.

Externe saldering is mogelijk door het overdragen van ammoniakrechten over te laten aan de markt of de overdracht plaats te laten vinden via overheidsbemoeienis in de vorm van een depositiebank. De keuze daartussen vraagt om nader onderzoek. Omdat het Adviescollege van mening is dat de natuur in de tussentijd wel beschermd moet worden, stelt zij voor om bij externe saldering in eerste instantie uit te gaan van een vast afromingpercentage en later dit percentage specifiek per Natura 2000-gebied te bepalen. Aangezien er sprake is van schaarste, adviseert het Adviescollege om op korte termijn gezamenlijke spelregels voor externe saldering in te voeren, ook voor wat betreft prioritering van de toedeling van de ammoniakrechten. Daarbij sluit zij niet uit dat op de langere termijn een depositiebank kan ontstaan.

Vervolg Adviescollege

Na dit advies voor de korte termijn start het Adviescollege met het uitbrengen van een advies voor een nieuwe, robuuste aanpak van de stikstofproblematiek.

Gevolgen huidige vergunningverlening: een stand still

Op dit moment neemt de overheid nauwelijks aanvragen voor natuur- en milieuvergunningen in behandeling, omdat zij in afwachting is van het stikstofbeleid dat opgesteld moet gaan worden. Er is dus sprake van een stand still.

Daarbij komt dat het AERIUS-rekenprogramma dat noodzakelijk is voor de aanvraag van een vergunning, op dit moment alleen te gebruiken is voor bedrijven die op minimaal drie kilometer van een Natura 2000-gebied zijn gevestigd en dan alleen voor bedrijven waar geen sprake is van mechanische ventilatie of het gebruik van een luchtwasser. Hierdoor is AERIUS voor de meeste veehouderijen momenteel niet inzetbaar. Naar verwachting komt de herziene versie van AERIUS  waarin bovenstaande problematiek wordt opgelost, in het eerste kwartaal van 2020 beschikbaar.

Meer weten?

Heeft u vragen over uw vergunningsaanvraag of over de gevolgen voor uw veehouderij? Neem dan telefonisch contact op met FarmConsult via 0573 – 28 89 89 of mail naar farmconsult@forfarmers.eu.